De verschillende soorten grafiek

Wat is een Houtdruk?

De houtdruk is een druktechniek die uit de vijftiende eeuw stamt. In de archieven wordt voor het eerst uit 1417 een vermelding gemaakt van “de Printere” (d.i. een prentdrukker). De tot zover oudste Europese houtsnede komt uit 1423 (Ryland-Library in Manchester). Er werd op het kopse hout gekrast waardoor een afbeelding ontstond. Dit wordt houtgravure genoemd. Deze techniek werd zeer veel gebruikt bij de druktechniek. In het begin van de jaren twintig herleefde de houtdruk techniek doordat men in de kunst Japans georiënteerd was. Japan had nl. een zeer lange traditionele houtsnede geschiedenis, die met de hand werden vervaardigd. Vooral de Expressionisten in de jaren 1920 voelden zich aangetrokken door de houtsneden. Munch, Kirchner, Schmidt-Rottluff, Masereel, Kandinsky en Nolde zijn slechts een paar namen van bekende kunstenaars die zich met deze techniek bezig hielden. De Kunst Academie Minerva in Groningen had sinds 1975 een goede grafiek afdeling waar een groot aantal toekomstige kunstenaars het vak en visie werden bijgebracht. Ook ik heb training en onderwijs mogen ontvangen in de periode 1981-1984 en later nog een aantal vakken op het gebied van de hoogdruk techniek in binnen en buitenland gevolgd. Dit leidde tot verdere specialisatie op het gebied van de Houtdruk.

Geschiedenis van de Houtdruk

In het Verre Oosten wordt de hoogdruk al meer dan 1100 jaar beoefend. Van een houten plankje worden de niet-drukkende delen met een guts weggestoken. De verkregen drukvorm wordt met een waterverf getamponneerd. Vervolgens wordt een vel papier op de vorm gelegd en met een leren kussentje aangedrukt. Het papier zuigt de dunne waterinkt dan op. Voor een meerkleurendruk dient voor elke drukgang een apart blok gesneden te worden. In het Westen (vanaf de 15de eeuw) werden harde en weinig absorberende papieren gemaakt, die niet direct als vloeipapier werkten. Omdat noch het papier, noch de drukvorm geheel vlak zijn, moet het papier soepel genoeg zijn om zich te kunnen voegen naar de drukvorm. De geïnkte vormen drukken dan egaal af. Een westerse houtsnede kenmerkt zich doordat de nerf van het hout meestal goed zichtbaar is. In plaats van hout kan de kunstenaar ook een stuk linoleum gebruiken om de voorstelling uit te snijden. Een druk hiervan wordt linodruk genoemd. Fijne lijnen zijn dan echter moeilijk te bereiken en de druk mist het patroon van de houtnerf. Ook met textiel of metaal, karton, hardboard of plastic kan een hoogdruk worden gemaakt.

Hoe het ook moge zijn de hoogdruk is de oudste druktechniek die men kent. Deze wordt ook wel boekdruk genoemd, omdat boeken lange tijd voornamelijk in hoogdruk werden gemaakt. O.a. houtsnede, houtgravure, linoleumsnede.

Houtsnede

Hoogdruk. Afdruk van en blok langshout, waarin de delen die wit moeten blijven zijn weggestoken met mes of guts. De lijnen kruisen elkaar zelden om afbrokkelen van het hout te voorkomen. Van een houtblok zijn ca. 1000 goede afdrukken te maken. Later gemaakte afdrukken vertonen dikwijls onderbrekingen van de lijnen door het afbreken van stukjes hout, door barsten in het blok of door houtworm gaatjes. De oudst bekende houtsnede werd aan het einde van de 9de eeuw gemaakt in China; de eerste Europese houtsnede dateert uit het einde van de 14de eeuw.

Houtgravure

Een gravure is een afdruk van een blok kophout waarin de delen die wit moeten blijven zijn weggestoken met een burijn. Dit is een naaldachtig stuk gereedschap om mee te krassen / graveren. Dankzij het kopshout biedt de houtgravure de mogelijkheid tot een fijnere detaillering dan de houtsnede die in langshout wordt gesneden. Van de houtgravure kan een grotere oplage gedrukt worden dan van de gravure of ets. Daarom werd de techniek van de houtgravure gebruikt voor boekillustraties. Het voordeel daarbij was, dat nèt als de tekst, ook de illustraties in hoogdruk gedrukt werden. Vanaf het einde van de 18de eeuw en vooral in het begin van de 19de eeuw toegepast.

De werkwijze van Peter Wortel

Om de houtdruk te maken, neemt Peter een in de lengte gesneden plank. Hij gebruikt ook wel triplex of multiplex, waarvan hij een klein laagje fineer weg snijdt. Voor het heel fijne werk zou Peter het berken triplex aanraden omdat dit hard en zeer fijn van nerf is. Peter maakt hierop altijd een tekening in spiegelbeeld die hij vervolgens op het hout tekent. Daarop worden de lijnen die op het hout staan gesneden, met diverse beiteltjes en soorten messen, die hij om zich heen heeft neergelegd. Het hout wat niet gedrukt wordt, wordt vervolgens weggesneden zodat de restvorm met pigment of inkt kan worden ingerold. Vaak worden houtsneden met een hoge editie gedrukt op drukpersen. In de meeste gevallen zijn dit zachte houtsoorten die niet geschikt zijn voor een houtblok. Voor gedetailleerde drukken is een harde houtsoort nodig zoals peer, okkernoot, hout van de kers en sommige eiken soorten.

Peter gebruikt over het algemeen geen pers maar gebruikt een afwrijf techniek De drukmethode bestaat uit het afwrijven met een baren en is uit Japan afkomstig. Een baren is een stootkussen gemaakt van lagen karton beschermd met een koord. Het liefs gebruikt Peter de traditionele bamboe baarn. Er zijn nu ook plastic baarn’s die uitstekende resultaten geven. Ook deze komen uit Japan (zie foto’s). De structuur van het hout wordt door Peter vaak gebruikt als een grafisch element, wat aan het druksel een meerwaarde geeft. De houtnerf is een zeer belangrijke factor voor de houtsnede druk die naar Peters mening goed getoond moet worden. De lijnen en vlakken die afgedrukt worden liggen daarbij hoog. De delen die niet afdrukt worden zijn weggesneden of weggestoken. Op de drukvorm wordt met een tampon of een roller drukinkt aangebracht. Vervolgens gaat de drukvorm of de houtplaat met een eventueel licht vochtig vel papier erover op de degelpers, mangel of andere persen.

De Proefdruk

Soms ziet men H.C. d.w.z. ‘Hors Commerce’ op een druk staan en dit betekent (‘Buiten de handel’), d.w.z. niet bestemd voor verkoop. Vaak zijn dit druksels voor en van de kunstenaar zelf. Deze aanduiding wordt ook aangegeven door E.A. wat ‘épreuves d’artiste’ betekent. Duidelijk is dat dit een Franse schrijfwijze is. De Engelsen schrijven deze afkorting als A.P. ‘Artist Proof’ en in Nederland als ‘proefdruk’. Soms vinden we de tekst 1e staat of 2e staat; dat betekent de staat van de proefdruk voordat de editie gemaakt wordt. Het gaat dus om proefdrukken die voor de kunstenaar bestemd zijn.

Onderschrijving

Onder de afdruk staan meestal in potlood dingen geschreven. In de linker onder hoek staat meestal ‘De techniek’ zoals hout of linoleumsnede en soms ook een andere techniek die ook is gebruikt zoals bijv. sjabloon of airbrush of daarachter de editie zoals 1/10 de één staat voor de eerste druk van tien stuks.

De Titel

In het midden onder de druk staat de titel. Soms heeft de titel met de afbeelding te maken. Maar het kan ook zijn dat de titel een zienswijze weergeeft. Bij sommige werken staat: ‘Zonder titel’, hier valt dus weinig over te vertellen, omdat het geen titel heeft.

Romeins getal achter de titel

Peter heeft soms achter de titel een Romeins getal staan. Dat betekent dat er verschillende (kleur) combinaties zijn van dezelfde hout of linoleumsnede. Soms met verschillen doordat hij dan een sjabloon heeft gebruikt om sommige gedeelten niet mee te drukken. Of juist om op een groot formaat een gedeelte af te drukken wat een op zichzelf staan beeld geeft. In de rechter hoek staat de naam van de kunstenaar en het jaar waarin het druksel tot stand is gekomen.

Tekst in samenwerking met Gwendolyn van Essen dec. ’09