Dr. Mesdagkliniek

Kunst verbindt mensen:

Het forensisch psychiatrisch ziekenhuis in Groningen, de Dr. S. van Mesdagkliniek, is één van de grootste tbs-klinieken in Nederland.  Kunst verbindt mensen die normaal gesproken niets of weinig met elkaar te maken zouden hebben. In het contact tussen patiënten en externen zijn de mooiste ‘werkstukken’ tot stand gekomen. Het uiteindelijke zichtbare werkstuk is daar een weergave van. In de nieuwe organisatie hebben we door middel van kunsttoepassingen onze visie benadrukt. De kwaliteit van zorg en beveiliging zit niet in muren en hekken, maar in het contact met elkaar.

Iemand die een pot met groene verf tegen de muur gooit Peter Wortel heeft in het kader van deze visie een aantal unieke en aansprekende projecten uitgevoerd. Daarnaast heeft hij ook enkele workshops gegeven voor de patiënten. Wij zijn vereerd dat het werk van deze bekende Groningse kunstenaar samen met medewerkers en patiënten in de kliniek op diverse plekken gerealiseerd is. Kunst verbindt mensen; kunstenaars, medewerkers, patiënten en u, als lezer, met elkaar.

Gabriël Anthonio, Directeur Algemene Zaken

De kunstenaar

Peter Wortel, studeerde aan de bekende kunstacademies van zowel Amsterdam (Rietveld) als Groningen (Minerva). Hij is sterk geïnteresseerd in architectuur: gebouwen, tunnels en het stadsleven. In zijn werk staat de mens in relatie tot zijn omgeving centraal. Steden hebben een onmiskenbaar verband met het doen en laten van mensen. Een thematiek die in Peters oeuvre breed uitgemeten wordt. Peter Wortel is lid en voorzitter van de Groninger Kunstkring De  Ploeg.

Zijn oeuvre bestaat uit zeer uiteenlopende werken en technieken. Sculpturen, houtsneden, reliëfs en installaties. ‘De basis ligt echter altijd bij de lijntekening’, aldus Peter. ‘Ik teken naar waarneming en volg de contouren van mijn onderwerp. De resulterende tekening staat uiteraard op zichzelf, maar is tegelijkertijd een goed vertrekpunt voor mijn verdere kunstuitingen.’

De rode draad:

In deze gang wordt altijd gewacht totdat de bibliotheek opengaat. Er staan altijd mensen, vaak met één voet opgetrokken tegen de muur leunend. Met als resultaat vieze vegen en voetafdrukken op de muur. ‘Omdat de gang zo lang is en zo abrupt stopt besloot ik visueel te zinspelen op wat zich er normaliter afspeelt.’ Er is een silhouet van een mens zodanig in de gang geplaatst, dat het lijkt alsof er een zijgang is. Het fi guur lijkt van rechts te komen en suggereert ruimte. De silhouet gooit een emmer met groene verf leeg over de muur van de gang: de groene verf druipt gestileerd van de wanden. Vanaf dit fi guur tot aan de bibliotheek zijn er regelmatig groene voetstappen op de vloer aangebracht. ‘Alsof er iemand door de groene verf is gelopen op weg naar de bibliotheek.’ Bij de verbreding, voor de bibliotheek wordt het patroon van voetstappen onregelmatiger en drukker, om aan te geven dat er daar activiteiten plaatsvinden. Er staan zelfs voetafdrukken op de muur, die natuurlijk betrekking hebben op de wachtende mensen. ‘Ik heb voor groene voetstappen gekozen om zoveel mogelijk contrast te krijgen met de kleurstelling van de omgeving.

Gang met een rode lijn De rode lijn die over de plinten loopt geeft nog een extra accent.’ ‘In al het werk dat ik in de kliniek gerealiseerd heb is een rode lijn verwerkt. Deze rode lijn zie je steeds terugkomen in mijn werk. De rode draad van het leven. Het geeft een duidelijke richting aan.’

De bus kan twee kanten op:

Op de muur van een van de buitenplaatsen is een muurschildering van een bus aangebracht. ‘Toen ik rondkeek zag ik oude hoge gebouwen, een rokersplaats en een grote poort met een weg eronderdoor. Ik associeerde het geheel direct met de oude industriële omgeving van een grote stad: Londen.

Dubbeldekkerbus met bushalteDe rokersplaats zou een bushokje worden en achter de hoge muur zag ik in gedachten al bijna een dubbeldekker voorbij rijden.’ Het rokershokje werd getransformeerd tot een bushokje door enkele kleuraccenten met rood, maar natuurlijk vooral door de levensgrote muurschildering van de oude dubbeldekker erachter. Alsof hij dadelijk vertrekt; van binnen naar buiten. Het geeft stof tot nadenken. Waar wil je er in zitten; beneden of boven. Zit je alleen of wil je naast iemand zitten? En de belangrijkste vraag: wat is je bestemming? Zoals een van de patiënten tijdens het werken aan dit kunstwerk uitriep: ‘Ticket to freedom!’ ‘Aan de andere kant van de poort heb ik een muurschildering van een moderne dubbeldekker aangebracht. De poort, met de weg naar buiten, staat er centraal tussen.’ Beide bussen gaan precies elkaars tegenovergestelde richting op. Je kunt beide kanten op gaan, lijken de bussen te zeggen. Tevens wordt er ruimte aangeduid, ‘zover het oosten is van het westen’.

De tekst: ‘Dubbel op is tweemaal niets’ die op de bus is aangebracht komt van één van de patiënten. Het slaat op keuzes maken in het leven. Soms wil je twee dingen tegelijkertijd. Stilstaan op een tweesprong is soms nodig om uiteindelijk de juiste keuze te maken. De tekst prikkelt tot nadenken en geeft buitenstaanders een blik op het leven binnen. Er is nieuwe beplanting geplaatst: heesters en vlinderstruiken. En er zal nog een terras worden aangelegd. De binnenplaats is zodoende veranderd in een bedrijvig stadslandschap: beplanting, terras, bussen en gebouwen.

Op het doel af:

Toen ik hier voor het eerst rondliep, kreeg ik een naar gevoel. Alles zag er steriel uit, als in een bunker.’ De gang is nu visueel in stukken opgedeeld. Er zijn rode lijnen diagonaal van links naar rechts op de vloer aangebracht. Aan beide uiteinden van de lijnen zijn wandreliëfs op de grond neergezet. De symmetrie van de linker- en rechterzijde van de gang is wat verschoven door de reliëfs niet recht tegenover elkaar te zetten. De werken zijn uit lagen opgebouwd en geven de ruimtelijke indruk van tunnels. Achter de reliëfs komen de rode lijnen weer tevoorschijn waarna ze in het plafond verdwijnen. Daarnaast zijn in de gang andere kleuren aangebracht die de rode lijnen en reliëfs versterken. Door het kleurgebruik en het lijnenspel is het steriele van de gang verdwenen. Aan het einde van de gang is een verticale rode lijn geschilderd. Als een baken, een doel waar je op af loopt. Waar men voorheen door een mistroostige gang dwaalde, loopt men nu in een humanere omgeving op zijn doel af!

Het Mesdag Lichtbaken

De breedte van de horizontale lijn van de gevel, van rechts naar links, wil ik accentueren door middel van kleurschakeringen op de pilaren. ’s Avonds kijk je niet meer naar de breedte van het gebouw. Door de schemering vallen de kleurschakeringen niet meer op. Je oog wordt getrokken naar de hoogte van het gebouw, omdat daar een lichtbaken vast zit aan de toren. In de duisternis staat het baken op zichzelf. Het loopt langs de toren en benadrukt de verticale lijn daarvan.

De samenhang tussen de horizontale en de verticale lijn wordt gevormd door de kleur. De kleurschakering op de pilaren verloopt naar een kleur blauw, welke dezelfde is als die van het lichtbaken aan de toren.

Het lichtbaken is een zes meter hoge constructie van

neon-verlichting. Op de eerste dag van de maand ‘vult’ het zich als het donker wordt langzaam van beneden naar boven. Gedurende de rest van de maand, zal het schijnsel van het baken steeds feller worden, tot de maand voorbij is en de cyclus weer opnieuw begint. Het thema hierbij is het ‘verstrijken van de tijd’.

Als je binnen staat, terwijl het buiten donker is, wordt het oog door het lichtbaken gedwongen ‘van binnen naar buiten te kijken’.

Colofon:

Fotografie: Peter Wortel en Bart Wortel / Teksten: Arno Hoogma