Geschreven berichten over de oude kerk

Geschreven berichten over de oude kerk

Door Tonko Ufkes en Regnerus Steensma

Het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa beschrijft de kerk van Oostwold als “zijnde een klein langwerpig bouwvallig, doch hoog gebouw, met eenen hollen koepeltoren op het westeinde, doch zonder orgel. “3

Over de kerk wordt verder nog verteld dat deze in 1514 was versterkt door de hertog van Saksen én dat de dominee ook voor moest gaan in de kerk van Lagemeeden. Iets verder terug in de tijd vormen de schoolmeesterrapporten uit 1828 een rijke bron van informatie. Over de kerk in zijn dorp noteerde Tjibbe Hesseis Iongsma, schoolmeester in Oostwold: “De kerk is een oud niet aanzienlijk gebouw, aan welke geen dufsteen of duifsteen wordt gevonden. Op dezelve staat een zeer klein torentje, juist groot genoeg voor het inhangend klokje op hetwelk een opschrift tevergeefs gezocht wordt. In de Kerk ziet men brandglazen van het jaar 1635 en later, welke wapens, namen, en onder-schriften bevatten.”4

Volgens deze beschrijving ging het om een oud, eenvoudig kerkgebouw, zonder tufsteen maar wel met gebrand-schilderde ramen. Opmerkelijk vindt meester de ramen met hun wapens, namen en onderschriften. Doen ze hem misschien denken aan de kerk van Midwolde met al het fraais dat is geschonken door de borgheren van Nienoord?

3   'Oostwold' in A.I. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, deel 8, Gorcum 1846, pp. 567-568.
4   Geciteerd in J. Diepstra, Boeren nuumen 't buukspreken. Oostwold rond 1800, Leek z.j. [1991]. De schoolmeester rapporten staan in kopie op de
    leeszaal van de Groninger Archieven, daar worden ook de originelen bewaard.

3 De kerk van Oostwold getekend door C.H. Peters: aanzicht uit het zuiden, plattegrond en doorsnede

4 De kaart van Occo lansen Bockebloet uit 1646 (collectie RHC Groninger Archieven, 817-1057)

De kaart van Occo Jansen Bockebloet

Een oudere bron die informatie verschaft over de middeleeuwse kerk van Oostwold is een getekende kaart uit de zeventiende eeuw die wordt bewaard in de Groninger Archieven met daarop de geschilderde afbeeldingen van een aantal dorpskerken. “5

De kaart is gedateerd 7 juli 1646 en laat de toentertijd geplande trekvaartroute tussen Groningen en Leeuwarden zien, waaraan pas enkele jaren later werd begonnen.“6

Beter gezegd gaat het om het tracé van de trekvaart tussen Groningen en Gerkesklooster met vanaf daar in westelijke richting een noordelijke en een zuidelijke variant. Langs de vaarweg zijn de kerken getekend van Hoogkerk, Oostwold en Zuidhorn, en voor de plaatsen Enumatil, Briltil en Gaarkeuken de molen, een huis of een ander opvallend gebouw. Bij de Friese dorpen geldt iets dergelijks; zo zijn de kerken van Gerkesklooster, Kollum, Surhuizum, Bergum en Birdaard op de kaart aangegeven en verder opvallende gebouwen zoals de molen van Bartlehiem en de brug vlakbij het verdwenen klooster Klaarkamp.

5 De kerk van Oostwold op de kaart van Occo lansen Bockebloet (detail van foto 4.)

Het gaat om een vrij onbekende kaart die nooit gedrukt werd. Onderaan de kaart is een landmeter aan het werk afgebeeld, alsmede de naam van de maker, in de inventaris ontcijferd als Occo lansen, en de al genoemde datum. De identiteit van de kaartenmaker roept vragen op. In het Rijksarchief in Den Haag wordt namelijk een vrijwel identieke kaart bewaard met een andere naam; in de Haagse inventaris is de naam van de kaartenmaker ontcijferd als Otto Jansen Brouwer. Nauwkeurige lezing van de Groninger kaart leert echter dat de volledige naam van de maker Occo Jansen Bockebloet luidt. “7  Helaas is er over een landmeter met die naam in Groningse en Friese archieven niets te vinden, noch over de opdracht om de bewuste kaart te maken.“8 Bockebloets tekeningen geven veel meer weer dan vage aanduidingen of standaardiconen. Zo zijn de afgebeelde kerken onderling sterk verschillend: terwijl bij Hoogkerk een losstaande klokkenstoel te zien is, heeft de kerk in Zuidhorn een rond koor en aan de westkant een toren met een hoge spits.

De kerk van Oostwold is op de kaart getekend als rechthoekig gebouw met twee ramen in de oostmuur en een stevige zadeldaktoren aan de westkant. Deze weergave stemt grotendeels overeen met de zwart-wit foto’s van rond 1906. Het is vooral de toren die vragen oproept. Op de foto van de westmuur is hiervoor geen enkel aanknopingspunt te zien. Beide vensters maken de indruk oorspronkelijk te zijn, mede als spiegelbeeld van de oostmuur. Dit zou betekenen dat, indien hier een zadeldaktoren stond, deze vrij van de kerk moet hebben gestaan, zoals dat nu het geval is in onder meer Garmerwolde en Baflo. In het schoolmeesterraport van 1828 was de toren al niet meer aanwezig, waardoor deze voordien moet zijn afgebroken.

5  L.J. Noordhoff, Catalogus van Kaarten, deel i: Getekende kaarten, Rijksarchief Groningen, 1968, nr. 10 [tegenwoordig inv. nr. 1057]
   (afgekort: Noordhoff). Voor de kaart in Den Haag
   zie: Inventaris der verzameling kaarten berustende in het Rijks-Archief, ze deel (door J.H. Hingman), 's-Gravenhage 1871, p. 330.
6  S. van Tuinen, 'De foarskiednis fan de Stroabosser trekfeart', Jt Beaken jg. 18 (1956), pp.140-146. Zie ook P.Th.F.M. Boekholt e.a.,
   Geschiedenis van Zuidhorn. Zuidhorn, Noordhorn en Briltil, Bedurn 1986, vanaf p. 38. In Tresoar in Leeuwarden worden twee stevige pakken
   documenten betreffende de aanleg van de Stroabosser trekvaart bewaard. Zie aldaar Staten van Friesland, toeg. 5, nr. 3042 en Stadhouderlijk Archief,
   toeg.7, nr. 490. Ook in de Groninger Archieven, Staten Archiefnr. 1419 is veel te vinden over deze waterweg.
7  Herma van den Berg kwam tot eenzelfde lezing, zie Noordelijk Oostergo, Dantumadeel. De monumenten van Geschiedenis en Kunst, 's-Gravenhage 1984,
   p. 6.
8  Voor hun hulp bij het zoeken naar gegevens over landmeter en kaartenmaker Occo Jansen Bockebloet danken wij J.]' Hoogstins van de Groninger
   Archieven en O. Kuipers van Tresoar. Op 8 juli 1640 studeerde ene Otto Joanis, Omlando-Frisius af aan de Academie te Groningen, maar of dit
   dezelfde is? Zie hiervoor het Album Studiosorum van de Rijks Universiteit Groningen.