Artikel magazine Groninger kerken 2010
De verdwenen middeleeuwse kerk van Oostwold (Westerkwartier)
In Oostwold (wk) staat een kerkje uit 1908, nu net een eeuw oud. Van de ongeveer vijftig middeleeuwse kerken die sinds de reformatie in de provncie zijn afgebroken, was die van Oostwold één van de laatsten. Tot de gegevens over de verdwenen kerk behoren drie bouwkundige tekeningen, twee historische foto’s en één getekende kaart.
Foto’s en tekeningen
De oude kerk van Oostwold werd afgebroken in 1908. Daarmee was zij één van de laatste van de ongeveer vijftig middeleeuwse kerken die sinds de Reformatie in Groningen zijn afgebroken. De reden voor de afbraak was zoals gebruikelijk – de noodzaak tot onderhoud, waarvoor de kleine kerkelijke gemeente de middelen niet kon opbrengen. Een belangrijke rol bij het overleg inzake het mogelijke herstel, de afbraak en de bouw van de nieuwe kerk speelde Hendrik Koops, destijds Hoofd der School in Oostwold. ”1
Enige tijd daarvóór, waarschijnlijk in 1906, waren er twee foto’s van de kerk gemaakt. Dit lijkt erop te wijzen dat men toen al had besloten om de kerk af te breken, want foto’s van kerken uit die tijd zijn zeer zeldzaam. Voor het gebouw definitief verdween wilde men het kennelijk nog op de gevoelige plaat vastleggen. De ene foto toont de oost- en noordzijde van het gebouw, de andere de westen zuidzijde. Samen geven deze opnames een goede indruk van het middeleeuwse bouwwerk. Aanvullende informatie bieden drie bouwkundige tekeningen, gemaakt door Rijksbouwmeester C.H. Peters: een plattegrond, een doorsnede en een zijaanzicht. In de noordwand zijn drie gotische spitsboogvensters te zien.
http://kerken.eldoc.ub.rug.nl/root/O/Oostwold__w.k._/?pFullItemRecord=ON
Deze vensters hebben in het midden een tracering, waarschijnlijk van steen, die bovenaan uitloopt in een vorkvorm. In het westelijk deel van deze muur is een ingang binnen een hoge spitsbogige omlijsting zichtbaar. Rechts van deze ingang is een smal venster aangebracht van het type dat zich ook in de eindmuren bevindt. Alle dagkanten van de vensters en de ingang zijn wit gepleisterd. De zuidzijde is op de foto minder goed te zien, maar deze is wel duidelijk getekend door C.H. Peters. Ook hier is in het westelijk deel een ingang te zien, precies tegenover die in de noordmuur. Het aantal vensters verschilt, want hier vinden we er niet vier maar vijf, waarbij het middelste smaller is dan de andere vier. Ook hier hebben alle openingen witte dak-kanten. De kerk heeft een volledig rechthoekige plattegrond en dat betekent dus een rechte koorsluiting. Zowel in de oostmuur als de westmuur bevinden zich twee smalle, tamelijk korte vensters. Op de westgevel staat een dakruiter waarvan de zeer eenvoudige vorm doet vermoeden dat hij later is toegevoegd, mogelijk ter vervanging van een toren.
De middeleeuwse kerk van Oostwold gezien vanuit het zuidwesten, kort voor de afbraak in 1908
De vormen van de vensters en de ingang wijzen op een gotisch gebouw, mogelijk te dateren rond 1400. In de opzet met een rechte sluitgevel aan de oostzijde vertoont het veel overeenkomst met de kerk in Niebert, die waarschijnlijk uit het einde van de veertiende eeuw dateert. ”2
Geschreven berichten over de oude kerk
Het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa beschrijft de kerk van Oostwold als “zijnde een klein langwerpig bouwvallig, doch hoog gebouw, met eenen hollen koepeltoren op het westeinde, doch zonder orgel. “3 Over de kerk wordt verder nog verteld dat deze in 1514 was versterkt door de hertog van Saksen én dat de dominee ook voor moest gaan in de kerk van Lagemeeden. Iets verder terug in de tijd vormen de schoolmeesterrapporten uit 1828 een rijke bron van informatie. Over de kerk in zijn dorp noteerde Tjibbe Hesseis Iongsma, schoolmeester in Oostwold: “De kerk is een oud niet aanzienlijk gebouw, aan welke geen dufsteen of duifsteen wordt gevonden. Op dezelve staat een zeer klein torentje, juist groot genoeg voor het inhangend klokje op hetwelk een opschrift tevergeefs gezocht wordt.
3 De kerk van Oostwold getekend door C.H. Peters: aanzicht uit het zuiden, plattegrond en doorsnede
In de Kerk ziet men brandglazen van het jaar 1635 en later, welke wapens, namen, en onder-schriften bevatten.”4
Volgens deze beschrijving ging het om een oud, eenvoudig kerkgebouw, zonder tufsteen maar wel met gebrand-schilderde ramen. Opmerkelijk vindt meester de ramen met hun wapens, namen en onderschriften. Doen ze hem misschien denken aan de kerk van Midwolde met al het fraais dat is geschonken door de borgheren van Nienoord?
De kaart van Occo Jansen Bockebloet
Een oudere bron die informatie verschaft over de middeleeuwse kerk van Oostwold is een getekende kaart uit de zeventiende eeuw die wordt bewaard in de Groninger Archieven met daarop de geschilderde afbeeldingen van een aantal dorpskerken. “5
De kaart is gedateerd 7 juli 1646 en laat de toentertijd geplande trekvaartroute tussen Groningen en Leeuwarden zien, waaraan pas enkele jaren later werd begonnen.“6
Beter gezegd gaat het om het tracé van de trekvaart tussen Groningen en Gerkesklooster met vanaf daar in westelijke richting een noordelijke en een zuidelijke variant. Langs de vaarweg zijn de kerken getekend van Hoogkerk, Oostwold en Zuidhorn, en voor de plaatsen Enumatil, Briltil en Gaarkeuken de molen, een huis of een ander opvallend gebouw. Bij de Friese dorpen geldt iets dergelijks; zo zijn de kerken van Gerkesklooster, Kollum, Surhuizum, Bergum en Birdaard op de kaart aangegeven en verder opvallende gebouwen zoals de molen van Bartlehiem en de brug vlakbij het verdwenen klooster Klaarkamp.
Het gaat om een vrij onbekende kaart die nooit gedrukt werd. Onderaan de kaart is een landmeter aan het werk afgebeeld, alsmede de naam van de maker, in de inventaris ontcijferd als Occo lansen, en de al genoemde datum.
De identiteit van de kaartenmaker roept vragen op.
In het Rijksarchief in Den Haag wordt namelijk een vrijwel identieke kaart bewaard met een andere naam; in de Haagse inventaris is de naam van de kaartenmaker ontcijferd als Otto Jansen Brouwer. Nauwkeurige lezing van de Groninger kaart leert echter dat de volledige naam van de maker Occo Jansen Bockebloet luidt. “7 Helaas is er over een landmeter met die naam in Groningse en Friese archieven niets te vinden, noch over de opdracht om de bewuste kaart te maken.“8 Bockebloets tekeningen geven veel meer weer dan vage aanduidingen of standaardiconen. Zo zijn de afgebeelde kerken onderling sterk verschillend: terwijl bij Hoogkerk een losstaande klokkenstoel te zien is, heeft de kerk in Zuidhorn een rond koor en aan de westkant een toren met een hoge spits.
De kerk van Oostwold op de kaart van Occo lansen Bockebloet (detail van foto 4.)
De kerk van Oostwold is op de kaart getekend als rechthoekig gebouw met twee ramen in de oostmuur en een stevige zadeldaktoren aan de westkant. Deze weergave stemt grotendeels overeen met de zwart-wit foto’s van rond 1906. Het is vooral de toren die vragen oproept. Op de foto van de westmuur is hiervoor geen enkel aanknopingspunt te zien. Beide vensters maken de indruk oorspronkelijk te zijn, mede als spiegelbeeld van de oostmuur. Dit zou betekenen dat, indien hier een zadeldaktoren stond, deze vrij van de kerk moet hebben gestaan, zoals dat nu het geval is in onder meer Garmerwolde en Baflo. In het schoolmeesterraport van 1828 was de toren al niet meer aanwezig, waardoor deze voordien moet zijn afgebroken.
Maar hoe betrouwbaar zijn deze kerktekeningen van een voor het overige onbekende kaartenmaker? Om daarachter te komen kunnen ze vergeleken worden met soortgelijke prenten of met gegevens uit bouwhistorisch en archeologisch onderzoek. Op een tekening van de kerk en klokkenstoel van Hoogkerk door H. Tavenier uit 1785 ziet het geheel er net zo uit als op de kaart van 1646.“9 Voor de kerk van Zuidhorn geldt iets dergelijks; hiervan maakte een tijdgenoot van Bockebloet een soortgelijke afbeelding (zie noot 11). Opvallend is hier bovendien dat de huidige situatie nog vrijwel gelijk is aan die in 1646. Bij de door Occo Jansen Bockebloet geschilderde kerken in het Fries-Groninger grensgebied springt de kerk van Gerkesklooster in het oog, doordat deze, anders dan Kollum en Surhuizum, geen toren heeft. Ook dit gegeven klopt: hier kreeg de kerk, het brouwhuis van het voormalige klooster, pas in 1854 een klein torentje. Ook de overige Friese kerken, in Kollum, Bergum – beide grotendeels in de oorspronkelijke toestand bewaard gebleven – en in Birdaard blijken door Bockebloet naar de werkelijkheid te zijn afgebeeld. “10
We komen de middeleeuwse kerk van Oostwold – voor zover bekend – niet tegen op andere kaarten aftekeningen. Wel maakte een tijdgenoot van Occo Jansen Bockebloet een kaart van de wagenweg door het Westerkwartier, maar hierop staat Oostwold niet en ook Hoogkerk ontbreekt. De wel afgebeelde kerk van Zuidhorn lijkt sterk op de versie van Bockebloet en ook op het huidige kerkgebouw. Helaas staan op deze kaart geen datum en tekenaar vermeld, maar mogelijk gaat het hier om Nanne lansen. hij werd in 1641 betaald voor het tekenen van de weg naar Noordhorn. “11
Ook deze kaart maakt een zeer nauwkeurige indruk; zo zijn de stukken land genummerd en zijn het Aduarder Voorwerk en het streekje Langeweer heel precies weergegeven. Ook zien de dorpsgezichten van Dorkwerd, Aduard en het reeds genoemde Zuidhorn – steeds met kerkgebouw – er waarheidsgetrouw uit. In Zuidhorn is een kerk met een hoge, spitse toren te zien, terwijl in Dorkwerd een onopvallend kerkje staat. De kerk van Aduard heeft hier een spits op het dak in de vorm van een stevige dakruiter.
Herinneringen aan de oude kerk: klok, preekstoel en zilver
Meteen na afbraak van de oude kerk werd begonnen met de bouw van de huidige kerk. In totaal moest de bouw f6000,- kosten, waarvoor de dorpsbewoners zelf nog geen f 500,- wisten op te brengen. In de correspondentie over de kerkbouw merkt het hervormde Provinciaal College van Toezicht op: “Wij hebben hier werkelyk met eene arme gemeente te doen. In Oostwold (Westerkwartier) zijn maar een paar eenigszins bemiddelde mensen “12 De nieuwe kerk volgde het model van haar voorganger met een rechthoekige plattegrond en aan de beide lange zijden drie brede spits-boogvensters. De kerk kreeg een half ingebouwde toren aan de oostzijde en niet, zoals gebruikelijker was, aan de westzijde. De westmuur en de toren zijn versierd met een eenvoudig fries met getrapte bogen. In de toren hangt een zeer sober uitgevoerde middeleeuwse klok. De versiering beperkt zich tot drie touwbanden aan de bovenrand, verder zijn er geen opschriften, randschriften of afbeeldingen op aangebracht. Deze klok hing aanvankelijk in de afgebroken toren, daarna in de dakruiter op de westmuur, en sinds 1908 in de nieuwe toren. “13
Een ander element uit de oude kerk dat eveneens van de oude naar de nieuwe kerk verhuisde, is de preekstoel. De kuip bezit boogpanelen met op de hoeken gecanneleerde pilasters, deels met geschubd motief Dit type versiering, dat vooral gebruikelijk was in het midden van de zeventiende eeuw, treffen we ook aan bij de preekstoelen in de naburige dorpen Leegkerk (1647) en Niezijl (1651), evenals in Thesinge (1641). De versiering in Oostwold is echter veel eenvoudiger dan bij de andere drie. De oude kerk had een gebrandschilderd venster met het wapen van de familie Hamming en het jaartal 1779. Een beschrijving ervan is te vinden bij Pathuis. “14 Het glas is niet overgebracht naar de nieuwe kerk, maar lag jarenlang op de zolder van de pastorie. Ongeveer dertig jaar geleden is het i n bezit gekomen van de familie Hamming. “15
http://www.reliwiki.nl/index.php?title=Oostwold_%28WK%29%2C_Hoofdstraat_123_-_Hervormde_Kerk
Tot aan de sluiting van de kerk in 2005 heeft de kerkelijke gemeente van Oostwold het oude zilveren avondmaalsstel bewaard. Het bevindt zich nu in de kerk van Hoogkerk. Het bestaat uit een beker en een schaal en dateert uit 1763. “16 Op beide voorwerpen is het wapen Van In- en Kniphuizen afgebeeld met als schildhouders twee omkijkende leeuwen. Ook is op beide dezelfde tekst gegraveerd: Willem Baron van In en Kniphuisen Heer van Nienoort, Enum en Aijckernu, Susanna Johanna Baronesse van In en Kniphuizen Geboren Alberda Vrouwe van Nienoort, Enum en Aijckema Hebben deese Beeker tot dienst van des Heeren Taavel Aan de kerke tot Oostwalt Gegeven den 22 februarij 1763. Daarnaast staat op de beker: Psalm 36:9. Gij, drenk ze uit den Beeker uwer Wellusten, en op de schotel: Joh. 6:35. Ik ben het brood des levens, die tot mij komt zal geenszins hongeren. Bij de sluiting werden eveneens de bijbels en de koperen doopschaal op stander over-gebracht naar Hoogkerk.
De kerk van Oostwold is nu in gebruik als atelier voor kunstenaar Peter Wortel
Na de genoemde sluiting in 2005 werd de kerk van Oostwold verkocht aan de eigenaar van het nabijgelegen hotel-restaurant Het witte paard, die het gebouw wilde inrichten als zaalruimte bij het hotel. Deze plannen werden evenwel nooit gerealiseerd, omdat het hotel in 2007 werd verkocht en de nieuwe eigenaar de kerk niet wilde overnemen. Sinds januari 2008 is de kerk in het bezit van beeldend kunstenaar Peter Wortel.
Noten:
2 R. Steensma en W.H. de Boer, ‘De kerk in Niebert. Gaaf meubilair binnen pittoreske witte muren’, Groninger kerken 25 (2008), pp. 1-8.
3 ‘Oostwold’ in A.I. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, deel 8, Gorcum 1846, pp. 567-568.
4 Geciteerd in J. Diepstra, Boeren nuumen ‘t buukspreken. Oostwold rond 1800, Leek z.j. [1991]. De schoolmeester rapporten staan in kopie op de leeszaal van de
Groninger Archieven, daar worden ook de originelen bewaard.
5 L.J. Noordhoff, Catalogus van Kaarten, deel i: Getekende kaarten, Rijksarchief Groningen, 1968, nr. 10 [tegenwoordig inv. nr. 1057] (afgekort: Noordhoff). Voor de kaart
in Den Haag zie: Inventaris der verzameling kaarten berustende in het Rijks-Archief, ze deel (door J.H. Hingman), ‘s-Gravenhage 1871, p. 330.
6 S. van Tuinen, ‘De foarskiednis fan de Stroabosser trekfeart’, Jt Beaken jg. 18 (1956), pp. 140-146. Zie ook P.Th.F.M. Boekholt e.a., Geschiedenis van Zuidhorn. Zuidhorn,
Noordhorn en Briltil, Bedurn 1986, vanaf p. 38. In Tresoar in Leeuwarden worden twee stevige pakken documenten betreffende de aanleg van de Stroabosser trekvaart
bewaard. Zie aldaar Staten van Friesland, toeg. 5, nr. 3042 en Stadhouderlijk Archief, toeg. 7, nr. 490. Ook in de Groninger Archieven, Staten Archiefnr. 1419 is veel te
vinden over deze waterweg.
7 Herma van den Berg kwam tot eenzelfde lezing, zie Noordelijk Oostergo, Dantumadeel. De monumenten van Geschiedenis en Kunst, ‘s- Gravenhage 1984, p. 6.
8 Voor hun hulp bij het zoeken naar gegevens over landmeter en kaartenmaker Occo Jansen Bockebloet danken wij J.]’ Hoogstins van de Groninger Archieven en
O. Kuipers van Tresoar. Op 8 juli 1640 studeerde ene Otto Joanis, Omlando-Frisius af aan de Academie te Groningen, maar of dit dezelfde is? Zie hiervoor het Album
Studiosorum van de Rijks Universiteit Groningen.
9 Afgebeeld in Edward Houting, Grafbloempjes. Kerkhoven en begraafplaatsen in de gemeente Groningen, Groningen 2002, p. 56.
10 Herma van den Berg beschreef de oude kerk van Birdaard zelfs met behulp van de afbeelding op de Bockebloet-kaart, zie Noordelijk Oosterqo, p. 6.
11 Noordhoff, nr. 12 [tegenwoordig inv. nr. I059]. Bij deze kaart wordt verwezen naar het archief van de Hoge Justitie Kamer, inv. nr. 2308, waar Nanne Jansen in 1641
gemaakte kosten voor zijn tekening vergoed krijgt.
12 Groninger Archieven, weg. 175, inv. nr. 96, nummer 54/53 van ra/17 maart 1908.
13 A. Rots en H. de Olde, So menichmaelghij hoort den helderen clockenslach. Een inventarisatie van luid- en speel klokken in de provincie Groningen, Groningen 2005,
p. I20.
14 A. Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden. Teksten, wapens en huismerken van 1298-1814, Assen en Amsterdam 1977, nr. 3134.
15 Mededeling van J. Diepstra te Oostwold.
16 Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden, 11r. 3135 en 3136.
Artikel uit magazine Groninger Kerken januari 2010
Artikel is geschreven door:
Drs. Tonko Ufkes (Boelemaheerd 131, 9736 HH Groningen, tel. 050-5417650, e-mail kayatz@ltelfort.nl) is freelance historicus en schrijft over de geschiedenis van Groningen, in het bijzonder het Westerkwartier.
Dr. Regnerus Steensma (r.steensmacïikpnplanet.nl) maakt studie van historische kerken.
Art Gron. Kerken 1 jan. 2010
Door Tonko Ufkes en Regnerus Steensma
De verdwenen middeleeuwse kerk
van Oostwold (Westerkwartier)
In Oostwold (wk) staat een kerkje uit 1908, nu net een eeuw oud. Van de ongeveer vijftig middeleeuwse kerken die sinds de reformatie in de provncie zijn afgebroken, was die van Oostwold één van de laatsten. Tot de gegevens over de verdwenen kerk behoren drie bouwkundige tekeningen, twee historische foto’s en één getekende kaart.
Foto’s en tekeningen
De oude kerk van Oostwold werd afgebroken in 1908. Daarmee was zij één van de laatste van de ongeveer vijftig middeleeuwse kerken die sinds de Reformatie in Groningen zijn afgebroken. De reden voor de afbraak was
zoals gebruikelijk – de noodzaak tot onderhoud, waarvoor de kleine kerkelijke gemeente de middelen niet kon opbrengen. Een belangrijke rol bij het overleg inzake het mogelijke herstel, de afbraak en de bouw van de nieuwe kerk speelde Hendrik Koops, destijds Hoofd der School in Oostwold. ”1
Enige tijd daarvóór, waarschijnlijk in 1906, waren er twee foto’s van de kerk gemaakt. Dit lijkt erop te wijzen dat men toen al had besloten om de kerk af te breken, want foto’s van kerken uit die tijd zijn zeer zeldzaam. Voor het gebouw definitief verdween wilde men het kennelijk nog op de gevoelige plaat vastleggen. De ene foto toont de oost- en noordzijde van het gebouw, de andere de westen zuidzijde. Samen geven deze opnames een goede indruk
van het middeleeuwse bouwwerk. Aanvullende informatie bieden drie bouwkundige tekeningen, gemaakt door Rijksbouwmeester C.H. Peters: een plattegrond, een doorsnede en een zijaanzicht.
In de noordwand zijn drie gotische spitsboogvensters te zien.
Foto 1
De middeleeuwse kerk van Oostwold gezien vanuit het noordoosten, kort voor de afbraak in 1908
Deze vensters hebben in het midden een tracering, waarschijnlijk van steen, die bovenaan uitloopt in een vorkvorm. In het westelijk deel van deze muur is een ingang binnen een hoge spitsbogige omlijsting zichtbaar. Rechts
van deze ingang is een smal venster aangebracht van het type dat zich ook in de eindmuren bevindt. Alle dagkanten van de vensters en de ingang zijn wit gepleisterd. De zuidzijde is op de foto minder goed te zien, maar deze is wel
duidelijk getekend door C.H. Peters. Ook hier is in het westelijk deel een ingang te zien, precies tegenover die in de noordmuur. Het aantal vensters verschilt, want hier vinden we er niet vier maar vijf, waarbij het middelste smaller is dan de andere vier. Ook hier hebben alle openingen witte dak-kanten. De kerk heeft een volledig rechthoekige plattegrond en dat betekent dus een rechte koorsluiting. Zowel in de oostmuur als de westmuur bevinden zich twee smalle, tamelijk korte vensters. Op de westgevel staat een dakruiter
waarvan de zeer eenvoudige vorm doet vermoeden dat hij later is toegevoegd, mogelijk ter vervanging van een toren.
Foto 2
De middeleeuwse kerk van Oostwold gezien vanuit het zuidwesten, kort voor de afbraak in 1908
De vormen van de vensters en de ingang wijzen op een gotisch gebouw, mogelijk te dateren rond 1400. In de opzet met een rechte sluitgevel aan de oostzijde vertoont het veel overeenkomst met de kerk in Niebert, die waarschijnlijk uit het einde van de veertiende eeuw dateert. ”2
2 R. Steensma en W.H. de Boer, ‘De kerk in Niebert. Gaaf meubilair binnen pittoreske witte
muren’, Groninger kerken 25 (2008), pp. 1-8.
Geschreven berichten over de oude kerk
Het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa beschrijft de kerk van Oostwold als “zijnde een klein langwerpig bouwvallig, doch hoog gebouw, met eenen hollen koepeltoren op het westeinde, doch zonder orgel. “3
Over de kerk wordt verder nog verteld dat deze in 1514 was versterkt door de hertog van Saksen én dat de dominee ook voor moest gaan in de kerk van Lagemeeden. Iets verder terug in de tijd vormen de schoolmeesterrapporten uit 1828 een rijke bron van informatie. Over de kerk in zijn dorp noteerde Tjibbe Hesseis Iongsma, schoolmeester in Oostwold: “De kerk is een oud niet aanzienlijk gebouw, aan welke geen dufsteen of duifsteen wordt gevonden. Op dezelve staat een zeer klein torentje, juist groot genoeg voor het inhangend klokje op hetwelk een opschrift tevergeefs gezocht wordt. In de Kerk ziet men brandglazen van het jaar 1635 en later, welke wapens, namen, en onder-schriften bevatten.“4
Volgens deze beschrijving ging het om een oud, eenvoudig kerkgebouw, zonder tufsteen maar wel met gebrand-schilderde ramen. Opmerkelijk vindt meester de ramen met hun wapens, namen en onderschriften. Doen ze hem misschien denken aan de kerk van Midwolde met al het fraais dat is geschonken door de borgheren van Nienoord?
3 ‘Oostwold’ in A.I. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, deel 8,
Gorcum 1846, pp. 567-568.
4 Geciteerd in J. Diepstra, Boeren nuumen ‘t buukspreken. Oostwold rond 1800, Leek z.j.
[1991]. De schoolmeester rapporten staan in kopie op de leeszaal van de Groninger
Archieven, daar worden ook de originelen bewaard.
Foto 3
3 De kerk van Oostwold getekend door C.H. Peters: aanzicht uit het zuiden, plattegrond en doorsnede
Foto 4
4 De kaart van Occo lansen Bockebloet uit 1646 (collectie RHC Groninger Archieven, 817-1057)
De kaart van Occo Jansen Bockebloet
Een oudere bron die informatie verschaft over de middeleeuwse kerk van Oostwold is een getekende kaart uit de zeventiende eeuw die wordt bewaard in de Groninger Archieven met daarop de geschilderde afbeeldingen van een aantal dorpskerken. “5
De kaart is gedateerd 7 juli 1646 en laat de toentertijd geplande trekvaartroute tussen Groningen en Leeuwarden zien, waaraan pas enkele jaren later werd begonnen.“6
Beter gezegd gaat het om het tracé van de trekvaart tussen Groningen en Gerkesklooster met vanaf daar in westelijke richting een noordelijke en een zuidelijke variant. Langs de vaarweg zijn de kerken getekend van Hoogkerk, Oostwold en Zuidhorn, en voor de plaatsen Enumatil, Briltil en Gaarkeuken de molen, een huis of een ander opvallend gebouw. Bij de Friese dorpen geldt iets dergelijks; zo zijn de kerken van Gerkesklooster, Kollum, Surhuizum, Bergum en Birdaard op de kaart aangegeven en verder opvallende gebouwen zoals de molen van Bartlehiem en de brug vlakbij het verdwenen klooster Klaarkamp.
Foto 5
5 De kerk van Oostwold op de kaart van Occo lansen Bockebloet (detail van foto 4.)
Het gaat om een vrij onbekende kaart die nooit gedrukt werd. Onderaan de kaart is een landmeter aan het werk afgebeeld, alsmede de naam van de maker, in de inventaris ontcijferd als Occo lansen, en de al genoemde datum. De identiteit van de kaartenmaker roept vragen op. In het Rijksarchief in Den Haag wordt namelijk een vrijwel identieke kaart bewaard met een andere naam; in de Haagse inventaris is de naam van de kaartenmaker ontcijferd
als Otto Jansen Brouwer. Nauwkeurige lezing van de Groninger kaart leert echter dat de volledige naam van de maker Occo Jansen Bockebloet luidt. “7 Helaas is er over een landmeter met die naam in Groningse en Friese archie-
ven niets te vinden, noch over de opdracht om de bewuste kaart te maken.“8 Bockebloets tekeningen geven veel meer weer dan vage aanduidingen of standaardiconen. Zo zijn de afgebeelde kerken onderling sterk verschillend: terwijl bij Hoogkerk een losstaande klokkenstoel te zien is, heeft de kerk in Zuidhorn een rond koor en aan de westkant een toren met een hoge spits.
De kerk van Oostwold is op de kaart getekend als rechthoekig gebouw met twee ramen in de oostmuur en een stevige zadeldaktoren aan de westkant. Deze weergave stemt grotendeels overeen met de zwart-wit foto’s van rond
1906. Het is vooral de toren die vragen oproept. Op de foto van de westmuur is hiervoor geen enkel aanknopingspunt te zien. Beide vensters maken de indruk oorspronkelijk te zijn, mede als spiegelbeeld van de oostmuur. Dit zou
betekenen dat, indien hier een zadeldaktoren stond, deze vrij van de kerk moet hebben gestaan, zoals dat nu het geval is in onder meer Garmerwolde en Baflo. In het schoolmeesterraport van 1828 was de toren al niet meer aanwezig, waardoor deze voordien moet zijn afgebroken.
5 L.J. Noordhoff, Catalogus van Kaarten, deel i: Getekende kaarten, Rijksarchief Groningen,
1968, nr. 10 [tegenwoordig inv. nr. 1057] (afgekort: Noordhoff). Voor de kaart in Den Haag
zie: Inventaris der verzameling kaarten berustende in het Rijks-Archief, ze deel (door
J.H. Hingman), ‘s-Gravenhage 1871, p. 330.
6 S. van Tuinen, ‘De foarskiednis fan de Stroabosser trekfeart’, Jt Beaken jg. 18 (1956), pp.
140-146. Zie ook P.Th.F.M. Boekholt e.a., Geschiedenis van Zuidhorn. Zuidhorn, Noordhorn
en Briltil, Bedurn 1986, vanaf p. 38. In Tresoar in Leeuwarden worden twee stevige pakken
documenten betreffende de aanleg van de Stroabosser trekvaart bewaard. Zie aldaar Staten
van Friesland, toeg. 5, nr. 3042 en Stadhouderlijk Archief, toeg. 7, nr. 490. Ook in de
Groninger Archieven, Staten Archiefnr. 1419 is veel te vinden over deze waterweg.
7 Herma van den Berg kwam tot eenzelfde lezing, zie Noordelijk Oostergo, Dantumadeel. De
monumenten van Geschiedenis en Kunst, ‘s-
Gravenhage 1984, p. 6.
8 Voor hun hulp bij het zoeken naar gegevens over landmeter en kaartenmaker Occo Jansen
Bockebloet danken wij J.]’ Hoogstins van
de Groninger Archieven en O. Kuipers van Tresoar. Op 8 juli 1640 studeerde ene Otto
Joanis, Omlando-Frisius af aan de Academie te Groningen, maar of dit dezelfde is? Zie
hiervoor het Album Studiosorum van de Rijks Universiteit Groningen.
Maar hoe betrouwbaar zijn deze kerktekeningen van een voor het overige onbekende kaartenmaker? Om daarachter te komen kunnen ze vergeleken worden met soortgelijke prenten of met gegevens uit bouwhistorisch en archeologisch onderzoek. Op een tekening van de kerk en klokkenstoel van Hoogkerk door H. Tavenier uit 1785 ziet het geheel er net zo uit als op de kaart van 1646. “9
Voor de kerk van Zuidhorn geldt iets dergelijks; hiervan maakte een
tijdgenoot van Bockebloet een soortgelijke afbeelding (zie noot 11). Opvallend is hier bovendien dat de huidige situatie nog vrijwel gelijk is aan die in 1646. Bij de door Occo Jansen Bockebloet geschilderde kerken in het Fries-Groninger
grensgebied springt de kerk van Gerkesklooster in het oog, doordat deze, anders dan Kollum en Surhuizum, geen toren heeft. Ook dit gegeven klopt: hier kreeg de kerk, het brouwhuis van het voormalige klooster, pas in 1854
een klein torentje. Ook de overige Friese kerken, in Kollum, Bergum – beide grotendeels in de oorspronkelijke toestand bewaard gebleven – en in Birdaard blijken door Bockebloet naar de werkelijkheid te zijn afgebeeld. “10
We komen de middeleeuwse kerk van Oostwold – voor zover bekend – niet tegen op andere kaarten aftekeningen. Wel maakte een tijdgenoot van Occo Jansen Bockebloet een kaart van de wagenweg door het Westerkwartier, maar
hierop staat Oostwold niet en ook Hoogkerk ontbreekt. De wel afgebeelde kerk van Zuidhorn lijkt sterk op de versie van Bockebloet en ook op het huidige kerkgebouw. Helaas staan op deze kaart geen datum en tekenaar vermeld, maar mogelijk gaat het hier om Nanne lansen. hij werd in 1641 betaald voor het tekenen van de weg naar Noordhorn. “11
Ook deze kaart maakt een zeer nauwkeurige indruk; zo zijn de stukken land genummerd en zijn het Aduarder Voorwerk en het streekje Langeweer heel precies weergegeven. Ook zien de dorpsgezichten van Dorkwerd, Aduard en het reeds genoemde Zuidhorn – steeds met kerkgebouw – er waarheidsgetrouw uit. In Zuidhorn is een kerk met een hoge, spitse toren te zien, terwijl in Dorkwerd een onopvallend kerkje staat. De kerk van Aduard heeft hier een spits op het dak in de vorm van een stevige dakruiter.
9 Afgebeeld in Edward Houting, Grafbloempjes. Kerkhoven en begraafplaatsen in de
gemeente
Groningen, Groningen 2002, p. 56.
10 Herma van den Berg beschreef de oude kerk van Birdaard zelfs met behulp van de
afbeelding op de Bockebloet-kaart, zie Noordelijk Oosterqo, p. 6.
11 Noordhoff, nr. 12 [tegenwoordig inv. nr. I059]. Bij deze kaart wordt verwezen naar het
archief van de Hoge Justitie Kamer, inv. nr. 2308, waar Nanne Jansen in 1641 gemaakte
kosten voor zijn tekening vergoed krijgt.
Herinneringen aan de oude kerk: klok, preekstoel en zilver
Meteen na afbraak van de oude kerk werd begonnen met de bouw van de huidige kerk. In totaal moest de bouw f6000,- kosten, waarvoor de dorpsbewoners zelf nog geen f 500,- wisten op te brengen. In de correspondentie over de kerkbouw merkt het hervormde Provinciaal College van Toezicht op: “Wij hebben hier werkelyk met eene arme gemeente te doen. In Oostwold (Westerkwartier) zijn maar een paar eenigszins bemiddelde mensen “12 De nieuwe kerk volgde het model van haar voorganger met een rechthoekige plattegrond en aan de beide lange zijden drie brede spits-boogvensters. De kerk kreeg een half ingebouwde toren aan de oostzijde en niet, zoals gebruikelijker was, aan de westzijde. De westmuur en de toren zijn versierd met een eenvoudig fries met getrapte bogen. In de toren hangt een zeer sober uitgevoerde middeleeuwse klok. De versiering beperkt zich tot drie touwbanden aan de bovenrand, verder zijn er geen opschriften, randschriften of afbeeldingen op aangebracht. Deze klok hing aanvankelijk in de afgebroken toren, daarna in de dakruiter op de westmuur, en sinds 1908 in de nieuwe
toren. “13
Een ander element uit de oude kerk dat eveneens van de oude naar de nieuwe kerk verhuisde, is de preekstoel. De kuip bezit boogpanelen met op de hoeken gecanneleerde pilasters, deels met geschubd motief Dit type versiering, dat vooral gebruikelijk was in het midden van de zeventiende eeuw, treffen we ook aan bij de preekstoelen in de naburige dorpen Leegkerk (1647) en Niezijl (1651), evenals in Thesinge (1641). De versiering in Oostwold is
echter veel eenvoudiger dan bij de andere drie. De oude kerk had een gebrandschilderd venster met het wapen van de familie Hamming en het jaartal 1779. Een beschrijving ervan is te vinden bij Pathuis. “14 Het glas is niet
overgebracht naar de nieuwe kerk, maar lag jarenlang op de zolder van de pastorie. Ongeveer dertig jaar geleden is het i n bezit gekomen van de familie Hamming. “15
12 Groninger Archieven, weg. 175, inv. nr. 96, nummer 54/53 van ra/17 maart 1908.
13 A. Rots en H. de Olde, So menichmaelghij hoort den helderen clockenslach. Een
inventarisatie van luid- en speel klokken in de provincie Groningen, Groningen 2005,
p. I20.
14 A. Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden. Teksten, wapens en huismerken van 1298-
1814, Assen en Amsterdam 1977, nr. 3134.
Tot aan de sluiting van de kerk in 2005 heeft de kerkelijke gemeente van Oostwold het oude zilveren avondmaalsstel bewaard. Het bevindt zich nu in de kerk van Hoogkerk. Het bestaat uit een beker en een schaal en dateert uit 1763. “16
Op beide voorwerpen is het wapen Van In- en Kniphuizen afgebeeld met als schildhouders twee omkijkende leeuwen. Ook is op beide dezelfde tekst
gegraveerd: Willem Baron van In en Kniphuisen Heer van Nienoort, Enum en Aijckernu, Susanna Johanna Baronesse van In en Kniphuizen Geboren Alberda Vrouwe van Nienoort, Enum en Aijckema Hebben deese Beeker tot dienst van des Heeren Taavel Aan de kerke tot Oostwalt Gegeven den 22 februarij 1763. Daarnaast staat op de beker: Psalm 36:9. Gij, drenk ze uit den Beeker uwer Wellusten, en op de schotel: Joh. 6:35. Ik ben het brood des levens, die tot mij komt zal geenszins hongeren. Bij de sluiting werden eveneens de bijbels en de koperen doopschaal op stander overgebracht naar Hoogkerk.
Na de genoemde sluiting in 2005 werd de kerk van Oostwold verkocht aan de eigenaar van het nabijgelegen hotel-restaurant Het witte paard, die het gebouw wilde inrichten als zaalruimte bij het hotel. Deze plannen werden
evenwel nooit gerealiseerd, omdat het hotel in 2007 werd verkocht en de nieuwe eigenaar de kerk niet wilde overnemen. Sinds januari 2008 is de kerk in het bezit van beeldend kunstenaar Peter Wortel.
15 Mededeling van J. Diepstra te Oostwold.
16 Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden, 11r. 3135 en 3136.
De kerk van Oostwold is nu in gebruik als atelier voor kunstenaar Peter Wortel
Foto atelier
Artikel is geschreven door:
Drs. Tonko Ufkes (Boelemaheerd 131, 9736 HH Groningen, tel. 050-5417650, e-mail kayatz@ltelfort.nl) is freelance historicus en schrijft over de geschiedenis van Groningen, in het bijzonder het Westerkwartier.
Dr. Regnerus Steensma (r.steensmacïikpnplanet.nl) maakt studie van historische kerken.
/////////////////////////////
I Vriendelijke mededeling Wieger de Boer te Niebert, die dit vernam via zijn familie. H. Kaaps was zijn overgrootvader.


